Het juiste accent

28/01/2013 accenten

Als copywriter kom je soms in de hachelijkste situaties terecht.

Zo wilde ik júíst het woord júíst juist schrijven, toen ik opeens twijfels kreeg over het correcte gebruik van het accent.

Je kunt in zo’n geval twee dingen doen: een expert hulplijn inschakelen, of het publiek om hulp vragen. De waarheid ligt tenslotte maar zelden in het midden.

Omdat Twitter je nog wel eens laat wachten (#durfteantwoorden), zocht ik het antwoord met Google (dus niet op Google, aan voorzetsels moet ik ook nog eens een blogpost wijden). De eerste pagina zag er zo uit:

juist accent

Volledigheidshalve moet ik daar nog de wat zeldzamere varianten júíst en jùìst aan toevoegen, evenals een enkele jùíst (maar geen júìst).

Moeilijk vraagstuk blijkbaar, dus toch maar die andere hulplijn ingeschakeld: Jan Renkema’s Schrijfwijzer (dé bijbel voor atheïstische tekstschrijvers). Jan besteedt vervolgens drie volle pagina’s aan het accent, waarin hij de schuld van alle onduidelijkheid volledig bij de Fransen en het wel of niet inburgeren van hun leenwoorden legt. En passant helpt hij mij uit de brand.

Onder het kopje:’Het accentteken als nadrukteken’ zegt hij dat het teken ´ (het accent aigu [spreek uit: heel anders]) als nadrukteken wordt gebruikt op klinkers. Als een klinker wordt weergegeven met twee klinkerletters, worden er twee nadruktekens geplaatst. Bij meer dan twee klinkerletters krijgen alleen de eerste twee letters een nadrukteken (dus wel: Wíé hebben jouw brood opgegeten? maar dan niet: Zéééénden!)

Probleem opgelost, zou je denken. Júíst is dus juist.

En dán zegt Jan:

Is dan die vermaledijde ij toch weer een uitzondering? Nee, ik denk eerder dat Jan er deze keer naastzit.

Maar over die ij heb ik het laatste woord nog niet geschreven.

Reacties

plaats een reactie